Eerste hulp bij honden


Algemeen
Bij verwondingen is het in de meeste gevallen zaak zo snel mogelijk naar een dierenarts te gaan. Als dat niet gaat, moet u als leek eerste hulp bieden. Tegenwoordig worden daartoe de nodige cursussen voor EHBO bij dieren gegeven.

Eerste hulp is de allereerste verzorging, behandeling van een dier, dat lijdt aan de gevolgen van een ongeval, dan wel aan een plotseling ontstane ziekte.

Het doel van de eerste hulp is:
* Het leven redden

* Het lijden verlichten

* Het herstel bevorderen, dan wel verergering voorkomen

* Het begeleiden tot een dierenarts aanwezig is

Een gewonde hond is vaak angstig en heeft pijn en kan daarom ineens bijten. Een eenvoudig snuitbandje kan dat voorkomen.

Probeer bij botbreuken het gekwetste deel zo min mogelijk te bewegen en/of te stabiliseren met spalken. Vervoer de hond bij breuken of rugletsel op een plank of een goed strakgetrokken plaid. Als de ingewanden bloot liggen, houd deze dan vochtig met doeken die bij voorkeur gedrenkt zijn in een zoutoplossing van één theelepel zout op drie liter lauwwarm water.


EHBO-boekje
Staat u er wel eens bij stil, dat uw hond gewond raakt en wat dan te doen. EHBO bij mensen is gewoon, maar weet u ook wat te doen om uw lievelingsdier te redden? Niet alleen zijn er cursussen te volgen, maar er zijn ook boekjes in de handel, die praktische tips bieden voor het baasje bij ongevallen met huisdieren.

Onverwachte ongelukjes zitten immers in een klein hoekje. Dieren hebben geen bescherming aan hun poten. Iets scherps zit er snel in. Of verbranding door een kookplaat of op de camping. Ja en dan die hond die u op de voet volgt, maar soms rakelings met de poot tussen de deur glipt. U moet er niet aan denken en toch gebeurt het regelmatig.

Mensen worden door wespen gestoken, maar ook dieren zijn daar niet van gevrijwaard. En wat te denken van de hond die een rondslingerende knoop inslikt. Hij kan gaan braken. Soms merk je niets, maar houd uw huisdier goed in de gaten.

Weet u nog, dat u de huiskamer een grote beurt ging geven en uw hond tussen het reinigingsmiddel en de verf flaneerde. Net niet likkend, maar wel nieuwsgierig genoeg om te willen proberen. Of net met zijn vacht schurend langs de pasgeverfde deurstijl. Oeps, even de thinner pakken. Of toch maar niet. Wat moet ik doen?

In de gootsteenkast stonden de muizenkorrels. Niet bedoeld om te eten, maar een jonge hond probeert alles uit. Een hond met diarree en buikpijnen. U kunt naar de dierenarts gaan, maar het is toch goed te weten wat u zelf direct kunt doen. Het bespaart uw hond overlast en pijn en misschien zijn leven.

Kijk bij de boekhandel of in het warenhuis naar Dieren-EHBO-boekjes. Vol met informatie die in geval van nood uiterst bruikbaar is.

Hieronder vindt u ook al enige info voor een aantal veel voorkomende problemen.


EHBO-kit
Een goede EHBO-kit (een soort verbandtrommel) moet in ieder geval bevatten:

- Een snuitbandje, omdat zelfs de liefste hond stevig kan bijten als hij pijn heeft of in paniek is

- Een à twee rolletjes hydrofiel zwachtel

- Vier à vijf rollen elastische zwachtel in verschillende breedtes

- Leucoplast

- Witte watten

- Steriele gaasjes

- Betadine of sterilon

- Een verbandschaar

- Twee spalken die zelf gemaakt kunnen worden door twee plankjes met watten en verband te omwikkelen

Verder kunt u een thermometer, een tekentang, een zalf voor de ogen, een zalf voor huidproblemen en een middel tegen diarree toevoegen.


Brandwonden
Deze kunnen ontstaan door vuur, hitte, elektriciteit of bevriezing. Al naar gelang de ernst van de verwonding kunnen brandwonden ingedeeld worden in drie soorten.

Bij een eerstegraads brandwond is de huid rood, gezwollen en pijnlijk; bij een tweedegraads ontstaan er ook blaren. Bij een derdegraads brandwond bevindt zich daarnaast in het centrum een witte plek die niet eens meer pijnlijk is, omdat de zenuw ook verbrand is.

Brandwonden die ontstaan zijn door de hitte van bijvoorbeeld kokend water of vuur (bijv. een zwiepende staart tegen de barbecue of een brandende kaars) moeten tenminste tien tot vijftien minuten gekoeld worden met koud water. Bij voorkeur koelen met niet te hard stromend water, maar desnoods gewoon in een sloot of een vijver. Dep het gebied rondom de brandwond zachtjes droog, maar raak de wond zelf niet aan i.v.m. infectiegevaar. Tijdens het vervoer naar de dierenarts kan de wond het beste afgedekt worden met een schone doek, die gedrenkt is in een oplossing van een liter water met twee theelepels zout.

Bij vrieswonden moet lauw tot warm water gebruikt worden, dat nooit warmer mag zijn dan de lichaamstemperatuur van de hond (38ºC).

Ook een elektrische schok kan schroeiplekken veroorzaken, maar veel belangrijker bij aanraking met elektriciteit zijn de spierkrampen, die als gevolg daarvan gaan optreden. Soms raakt de hond zelfs bewusteloos.

Voordat u een hond aanraakt die onder stroom heeft gestaan, moet u er absoluut zeker van zijn, dat de elektriciteit is uitgeschakeld.

Waar de huid verbrand is, biedt deze geen bescherming meer. Honden met brandwonden kunnen het daarom koud krijgen; leg daarom een deken over ze heen. Smeer geen zalf of olie op de wond; die raakt daardoor alleen maar verder verontreinigd. Laat eventuele haren in de wond zitten. Raadpleeg bij brandwonden -ook bij kleine- altijd een dierenarts in verband met infectiegevaar!


Steken van bijen, hommels en wespen
Steken op het lichaam kunnen pijnlijk zijn, maar zijn in de regel niet gevaarlijk voor de hond. Als de angel er nog in zit, moet deze met een pincet verwijderd worden. IJsblokjes die in een doek gewikkeld zijn, verminderen de zwelling en verlichten de pijn. Ook kunt u Viatop® aanbrengen.

De hond heeft de neiging om naar alles te happen wat om hem heen zoemt. Indien uw hond per ongeluk bijv. een wesp heeft gevangen, haal dan de angel uit de steekplek en dep met azijn. Leg eventueel koude lappen tegen de plek om de pijn te verlichten.

Een insectenbeet op een 'verkeerde' plaats kan een gevaar zijn voor uw hond. Een steek in de mond (tong) of keel kan gevaarlijk zijn als de zwelling zo hevig is, dat de ademhaling wordt belemmerd. Ook in dat geval moet de angel verwijderd worden.

Als de hond moeite heeft met ademhalen, moet hij meteen naar de dierenarts gebracht worden, die een antihistaminicum toe kan dienen om verstikkingsgevaar te voorkomen.

Sommige honden zijn overgevoelig voor insectenbeten (allergische reactie) en kunnen last krijgen van een bult op het lichaam of een zwelling op de steekplek, maar ook braken, diarree, ademnood, rusteloosheid of apathie. Als deze verschijnselen zich voordoen, moet het slachtoffer meteen naar de dierenarts gebracht worden. Pas eventueel kunstmatige beademing toe.

Voor kunstmatige beademing zijn 2 methoden:

Borstbeademing: Leg het dier op een stevige ondergrond. Plaats twee handen naast elkaar op de borstkas (achter de schouderbladen) en druk die gedurende 3 seconden krachtig in. Laat snel los, zodat er lucht wordt aangezogen. Wacht 2 seconden en herhaal dit, in totaal twaalf keer per minuut. Houd bij het indrukken van de borstkas wel rekening met de grootte van de hond en de sterkte van de ribben. Borstbeademing kan alleen worden toegepast, wanneer het slachtoffer geen borstwond of gebroken ribben heeft en er geen sprake is van gezwollen slijmvlies in de voorste luchtwegen. In die gevallen moet u gebruik maken van de volgende methode:

Mond-op-neusbeademing: Voor sommige mensen is het misschien een onprettig idee deze vorm van beademing bij een dier te moeten toepassen. Bedenk echter wel, dat kunstmatige beademing een leven kan redden! Sluit de bek van de hond en trek de bovenlippen strak over de onderlippen heen, zodat er geen lucht kan ontsnappen. Plaats uw lippen over de neusgaten van de hond en blaas daar krachtig lucht in, gedurende 3 seconden. Controleer of de borstkas omhoog komt. Haal uw lippen weg en laat de lucht 2 seconden uitstromen. Herhaal dit twaalf keer per minuut. Het kan zijn, dat u dit 20 minuten moet volhouden, totdat deskundige hulp aanwezig is, de hond weer gaat ademen of duidelijk is overleden. U kunt aan de wijde pupillen zien, dat een dier is overleden. Een dier dat dood is reageert niet, wanneer u met een vinger voorzichtig een oogbol aanraakt.


Beet van een mug of steekvlieg (daas)
Muggen of muskieten zijn kleine insecten die bloed zuigen. Ze komen over de hele wereld voor en brengen via het bloed ziekteverwekkende organismen over. Ze kunnen daardoor een gevaar voor de gezondheid vormen.

Een gewone muggenbeet vormt normaal gesproken geen probleem voor de hond, maar er zijn ook muggen en vliegjes die ziekten overbrengen:

• Hartworm wordt door muskieten overgebracht.

• Leishmaniose kan zowel de hond als de mens door een beet van zandvliegjes krijgen.


Tegen muggenbeten of mieren worden vooral koude kompressen, medicijnen die de reactie waardoor de jeuk ontstaat, verminderen (antihistaminica), middelen tegen de jeuk (bijv. Viatop®) en koortsverlagende en ontstekingsremmende middelen gebruikt.
Voor een koud kompres wikkelt u ijs in een handdoek of maakt u een washandje nat met koud water en drukt u dit op de plaats van de beet. Een zalf of lotion met calamine of zink helpt tegen de jeuk, net als een antihistaminicum.
Om de roodheid, de jeuk, de zwelling en de koorts tegen te gaan, kunnen ontstekingswerende middelen worden toegediend.


Kwallen
Kwallen zijn holtedieren (ook wel neteldieren genoemd) en bestaan voor meer dan 95% uit water. Ze bewegen zich voort door hun parapluachtige scherm samen te trekken. Ze bijten niet, maar hebben tentakels als wapen. Deze zitten vol netelcellen, die bij aanraking gif afscheiden (zoals bij brandnetels). Het gif is bedoeld om prooidieren te verlammen of te doden.

Kwallen bewonen alle oceanen van de wereld en komen daarom dus ook bijvoorbeeld in de Noordzee voor.

Zijn er kwallen gesignaleerd, laat uw hond dan niet in het water. Vooral Oostenwind veroorzaakt in Nederland de aanwezigheid van kwallen. Zorg dat de hond aangespoelde kwallen met rust laat; de netels zijn niet altijd uitgewerkt.

Het prikkende of stekende gevoel dat optreedt na contact tussen de huid en de kwal wordt veroorzaakt door het gif in de netelcellen afkomstig van de tentakels van de kwal. De huid wordt hiermee doorboord en er ontstaat een ‘brandplek’. Dit is een rode, pijnlijke en gezwollen vlek op de huid, die kan jeuken.

Is uw hond toch aangeraakt? In ieder geval niet spoelen met water, want dit activeert de netelcellen !

Wat dan wel te doen? Blijf van de plek af, op de huid achtergebleven neteldeeltjes kunnen nog steeds gif afscheiden. Dus niet wrijven of krabben, niet door u en niet door uw hond zelf.

Eventuele (resten van) tentakels in de huid kunt u het beste verwijderen met een pincet. Leg een kompres aan met gewone huishoudazijn, daarmee maakt u het gif onschadelijk. Gebruik eventueel een jeuk- en pijnstillende zalf.


Verstuikingen / ontwrichtingen / mank lopen
Als een hond zich verstapt doordat hij tijdens het rennen in een gat terechtkomt of verkeerd landt na een sprong, kunnen twee botten in een gewricht met zoveel kracht bij elkaar vandaan schuiven, dat de gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel opgerekt worden of zelfs scheuren. Dit wordt een verstuiking genoemd. Als de botten hierbij naast elkaar terechtkomen en niet meer spontaan op hun plek terugkeren, spreekt men van een ontwrichting.

Bij een verstuiking is duidelijk te zien, dat de hond niet op de gekwetste poot wil staan; ook het bewegen ervan doet pijn. Het gewricht is gezwollen en voelt warm aan. De eerste hulp bestaat uit het aanleggen van een koud, nat steunverband wat strak genoeg moet zitten om het gewricht onbeweeglijk te maken. Dit verband moet nat gehouden worden totdat het zwellen stopt. Voor de genezing van een verstuiking is rust heel belangrijk, dus korte wandelingen maken aan de riem en niet rennen of springen. Dit is met name van belang als de hond pijnstillers heeft gekregen, want als hij geen pijn voelt, zal hij de verstuikte poot gemakkelijk overbelasten.

Bij een ontwrichting kan de hond niet meer op de betreffende poot staan en is er een duidelijke verdikking van het gewricht te zien. Onder narcose moeten de botten door een dierenarts weer in de juiste positie gebracht worden. Daarna wordt de gekwetste poot voorzien van een gipsverband. Om goed te genezen is ook hier rust weer van essentieel belang.

Heeft de hond beweeglijkheid op een plaats waar geen gewricht zit, dan kan er sprake van een breuk zijn. Draag het dier dan naar de dierenarts. De poot mag hierbij niet belast worden (zie hieronder).


Botbreuken
Als een bot helemaal doorgebroken is, spreekt men over een fractuur. Is het slechts gebarsten dan noemen we dat een fissuur. In het geval dat de huid rondom de breuk nog intact is, hebben we het over een gesloten breuk; steekt het bot daarentegen door de huid heen, dan heet dat een open of gecompliceerde breuk. Indien een bot in verschillende stukken is gebroken, is er sprake van een meervoudige breuk.

Bij een open breuk is er kans op infectie van het beenmerg; in zulke gevallen moet de wond eerst met een steriel gaasje afgedekt worden.

Bij breuken aan de ledematen kan men een spalkverband aanleggen om het gebroken bot zoveel mogelijk te immobiliseren. Op deze manier worden complicaties voorkomen en wordt de hond pijn bespaard.

Bij een breuk in de staart is het beter om zelf niets te doen; als gevolg van de beweeglijkheid van de staart ontstaat daardoor eerder meer schade dan dat de hond ermee geholpen is. Iets anders is een gekneusde staart: klik hier voor info.

Een gebroken onderkaak kan men immobiliseren door een bandje om de onderkaak te binden; let er hierbij wel op dat het bandje onder de tong doorloopt.

Botbreuken moeten altijd door een dierenarts behandeld worden; zo maakt deze röntgenfoto's om de exacte stand van de botstukken te bepalen en de stukken vervolgens weer op hun plek te zetten. Hierna wordt het bot m.b.v. een gipsverband of pennen gefixeerd. Het is belangrijk dat de hond geen pijnstillers krijgt, want als hij minder pijn voelt, zal hij het gebroken bot meer gaan belasten en voor een goede genezing is juist veel rust nodig.


Bloedingen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen inwendige en uitwendige bloedingen; dit hangt af van de plaats waar de bloeding optreedt.

Bij uitwendige bloedingen is er sprake van slagaderlijke of aderlijke bloedingen.

Bij een slagaderlijke bloeding stroomt helderrood bloed op het ritme van de hartslag golvend uit de wond. Om doodbloeden te voorkomen moet zo'n bloeding zo snel mogelijk gestelpt worden. Bij een kleine verwonding is een drukverband hiervoor meestal voldoende.

Is de bloeding zeer ernstig, dan moet de grote aanvoerende slagader met de hand of met behulp van een knevelverband worden dichtgedrukt. Wikkel tussen de wond en het lichaam (het hart) een touw, koord, opgerolde lap of zakdoek om de hond en leg er een halve knoop in. Leg op deze knoop vervolgens een stok(je), pen of een ander lang en stevig voorwerp en maak hierop weer een platte knoop. Draai het houtje voorzichtig rond met de wijzers van de klok mee net zolang tot de wond stopt met bloeden. Bevestig het houtje in deze stand met behulp van een bandje. Zo'n tourniquet mag maximaal een uur blijven zitten, liefst moet er iedere vijftien minuten even wat bloed doorgelaten worden om het afsterven van het lichaamsdeel (door zuurstoftekort) te voorkomen. U mag een tourniquet uitsluitend om een poot of om de staart aanleggen, nooit om de hals of de kop!

Op andere plekken op het lichaam moet het bloeden gestopt worden door er een prop watten, gaas of een doek op te drukken.

Bij een aderlijke bloeding is de druk in de aders veel lager dan bij de slagaders. Hierdoor is een aderlijke bloeding minder gevaarlijk. De meeste aderlijke bloedingen zijn goed te stelpen door het aanleggen van een drukverband. Bij een grote aderlijke bloeding kan eventueel een knevel worden aangelegd 'onder' de wond, dus niet aan de kant van het lichaam of waar het hart zich bevindt. Aderen voeren het bloed immers weer terug naar het hart.

In het geval van haarvatbloedingen sijpelt het bloed uit de wond. Doordat haarvaten zo klein zijn gaat er nauwelijks bloed verloren en zal de wond zich door bloedstolling vanzelf sluiten.

Inwendige bloedingen komen voor na een ongeval of bij ziektes waarbij het stollingsmechanisme is aangetast. Zulke bloedingen treden het meeste op in de borst- en de buikholte; vaak worden de verschijnselen ervan pas zichtbaar als er al veel bloed uit de bloedvaten is gestroomd. Deze verschijnselen zijn: bleke slijmvliezen, een snelle pols en eventueel een shock. Bij het vermoeden van een inwendige bloeding is het zaak de hond zo snel mogelijk naar een dierenarts te brengen.


Wagenziekte
Net als mensen kunnen honden last hebben van wagenziekte (reisziekte). Dit is een tijdelijke verstoring van het evenwichtsorgaan, wat zich uit in braken, hijgen en nervositeit. Wat kan helpen is de hond te laten wennen aan de auto door ieder ritje te laten eindigen in iets leuks: naar het bos, naar de puppytraining, mee op bezoek etc. Door regelmatig korte stukken te rijden raakt de hond gewend aan autorijden. Langzamerhand kunnen zulke tochtjes uitgebouwd worden naar langere autoritten.

Geef uw hond in ieder geval (een paar uur) voor de rit geen eten!

U kunt ook proberen of een van de volgende middelen helpt: een watje in het oor van de hond (of in beide oren), de auto antistatisch maken of de hond een homeopathisch middel tegen wagenziekte toedienen.

Mocht dit niet helpen dan kunnen middelen tegen wagenziekte (verkrijgbaar via de dierenarts) uitkomst bieden, alhoewel de hond er suf van kan worden.

In 2008 kwam er een nieuw middel van Pfizer Animal Health op de markt, dat in verreweg de meeste gevallen (tot 93%) braken tijdens de reis voorkomt, zonder bijwerkingen. Het middel met als werkzame stof maropitant is alleen verkrijgbaar bij uw dierenarts. Het kan tussen de 1 en 10 uur voor aanvang van de reis worden toegediend in de vorm van een gemakkelijk in te geven tablet. De preventie van de reisziektesymptomen duurt minstens 12 tot 25 uur. Wanneer vroeg met een reis moet worden begonnen kan het middel dus reeds worden gegeven op de voorafgaande avond.


Wonden
Tal van oorzaken kunnen tot wonden leiden, zoals vechten met een andere hond of een aanrijding.

Kleine oppervlakkige wonden en schaafwonden hoeven alleen maar goed schoongemaakt te worden. Zorg ervoor dat er geen haren en vuil meer in de wond zitten en spoel de wond goed na met een oplossing van twee theelepels zout op één liter water. Op de schone wond kan wat betadine, sterilon of acederm wondspray aangebracht worden. Let de eerste dagen goed op of er geen infectie optreedt.

Grote, diepe wonden moeten zo snel mogelijk door de dierenarts behandeld worden. Eventueel vuil kan door de eigenaar verwijderd worden, tenzij het te diep in de wond is doorgedrongen. Dek de wond af met een schone doek gedrenkt in een oplossing van twee theelepels zout op één liter water. Wonden die binnen zes uur gehecht worden, genezen sneller mits er geen infectie optreedt. Vanwege infectiegevaar krijgt u voor uw hond een antibioticakuur mee.

Als de borstkas geperforeerd is, komt er lucht in deze ruimte, die normaal gesproken vacuüm is zodat de longen zich goed kunnen ontplooien. Als er lucht in de borstholte komt, kunnen de longen zich minder ver uitzetten, zodat de hond het benauwd krijgt en uiteindelijk zelfs kan stikken. Door zo'n wond luchtdicht af te sluiten, bijvoorbeeld met een plastic zakje met daar overheen een drukverband, wordt in ieder geval voorkomen dat de hond het steeds benauwder krijgt. Borstkastrauma moet zo snel mogelijk door een dierenarts behandeld worden.

Ogen zijn bij de hond zeer kwetsbare lichaamsdelen. Mocht er een doorn, een stekel of een ander scherp voorwerp uit het oog steken, haal die er dan in geen geval zelf uit, maar ga zo snel mogelijk naar een dierenarts. Door het voorwerp te verwijderen kan namelijk een gaatje ontstaan, waardoor het vocht uit de oogbol kan wegstromen. Als gevolg hiervan daalt de druk in het oog, waardoor de lens en het vlies van de iris tegen elkaar aan gedrukt kunnen worden en met elkaar kunnen vergroeien.

Elke wond aan het oor, ongeacht hoe klein, zal flink bloeden. Zelfs al doet de wond de hond niet echt pijn, dan nog zal hij, doordat het bloed in zijn oor loopt en hem irriteert, met zijn kop schudden en aan zijn oor krabben.

Wondjes aan de oorflap ontstaan vaak tijdens vechtpartijen, of als de hond zich verwondt aan prikkeldraad.

Maak de wondjes schoon met een zoutoplossing (1 eetlepel tafelzout op een halve liter handwarm water), zodat u kunt zien in hoeverre de oorflap beschadigd is. Is het een flinke wond, dan moet de dierenarts die hechten. Wanneer de wondjes klein zijn en ze eenmaal met een zoutoplossing zijn gereinigd, kunt u er een antiseptische zalf, crème of poeder op doen. Als de wond gaat ontsteken, moet u naar de dierenarts.

Om de oorflap op zijn plaats te houden kunt u een been van een panty afknippen en die, nadat u iets zachts rond de gewonde oorflap hebt gelegd, over de kop binden, zodanig dat het oor plat tegen de kop ligt. Lukt dit niet, dan kunt u het oor ook met zorgvuldig aangebracht verband plat tegen de kop houden.

Zie ook bloedoor, wonden schoonmaken, voetzoolverwonding en zalf aanbrengen.


Zalf aanbrengen
Een handige tip voor het aanbrengen van zalf of crème is: smeer uw hond in vlak voordat u gaat wandelen. Hij vergeet dan, dat u hem heeft ingesmeerd en zal er dus ook niet aan gaan likken, zodat het voldoende tijd heeft om in te trekken.

Ook is een verband een optie.


Zonnebrand
Ook uw hond kan in de zon verbranden door te lange blootstelling aan UV-straling. De graad van verbranding kan net als bij gewone brandwonden variëren.

Bij lichte zonnebrand wordt de huid na enkele uren rood. Dit gaat gepaard met pijn, jeuk, warme huid en uitslag. Vervolgens gaat de huid vervellen en daarbij vallen de haren uit.

Bij ernstige verbranding ontstaan er blaren of nog erger, zoals bijv. huidnecrose (plaatselijk afsterven van de huid). Raken de open wonden geïnfecteerd, dan zal de huid gaan zweren.

De enige remedie is de hond zoveel mogelijk uit de zon te houden en hem de gelegenheid te geven in de schaduw te vertoeven.

Zonnebrandcrème werkt niet altijd goed, omdat de hond het er weer af kan likken. Is de hond toch een beetje verbrand, dan verlicht Calendula emulsie of Bach rescuecrème de verbrande huid.


Zonnesteek
Door de hitte bevangen worden oftewel zonnesteek komt vooral voor bij honden die achtergelaten worden in een afgesloten auto, waar de zon opstaat. Je hoort mensen dan zeggen: "Ik heb de auto in de schaduw gezet..", maar ze waren vergeten, dat de zon zich draait... Door de hoge temperatuur in de auto stijgt de lichaamstemperatuur van de hond tot boven de 40ºC. Om af te koelen gaat de hond heel hard hijgen; hierbij verliest hij veel vocht. Als er niet ingegrepen wordt, raakt het dier uiteindelijk in coma en bezwijkt.

Ook bij fietsen in warm weer of de hond laten liggen in de zon zonder drinken of schaduw zien we verschijnselen als hijgen, kwijlen, onrust, steeds op en neer lopen, zeer hoge temperatuur, braken en diarree.

Breng een door de hitte bevangen hond zo snel mogelijk naar een koele plek. Zorg dat hij afkoelt door hem onder te dompelen in koel water (niet ijskoud) of nat te spuiten. Ga hiermee door tot de lichaamstemperatuur van het dier niet meer hoger is dan 39ºC.

Laat iemand anders de hond elke 5 minuten temperaturen. Let er goed op, dat de hond niet onderkoeld raakt (zie onderkoeling).

Als de hond goed bij zijn positieven is, mag hij kleine beetjes water hebben, die met korte tussenpozen gegeven moeten worden. Ga altijd ter controle naar een dierenarts als de hond door hitte bevangen is geweest.


Onderkoeling en bevriezing
Blootstelling aan extreme koude kan het gehele lichaam afkoelen. Die abnormale lage lichaamstemperatuur noemen we onderkoeling.

Als de temperatuur midden in het lichaam heel laag is, kan de hond zelfs sterven.

Honden raken niet snel onderkoeld, maar na een te lange zwempartij in steenkoud water, langdurig in de sneeuw liggen of blootgesteld worden aan ijzige wind en koude, kan het toch gebeuren. Zeker als uw hond geen dikke vacht heeft.

Honden met korte haren of weinig lichaamsvetten zijn gevoelig voor onderkoeling. Ook bij een shock of na verdoving kan het gebeuren.

Jonge pups in de eerste week van hun leven moet u in een kamer leggen met een kamertemperatuur hoger dan 24ºC om onderkoeling te voorkomen.

Onderkoeling ontwikkelt zich langzaam. Uw hond kan eerst rillen, maar nog normaal doen. Na het rillen volgt futloosheid en ten slotte zwakte en oppervlakkige ademhaling. Ook voelt hij koud aan.

De lichaamsuiteinden (oren, staart en bij reuen de balzak) hebben het minste bescherming en zijn dus het gevoeligst voor bevriezing.

Zowel onderkoeling als bevriezing kan heel gevaarlijk zijn en vereist altijd een controle door de dierenarts.

De volgende symptomen kunnen op onderkoeling duiden: rillen, verwarring, slaperigheid, uitputting, rectale temperatuur lager dan 37ºC, stuipen of coma, zeker bij een magere hond of bij een hond met een dunne vacht die werd blootgesteld aan kou, of bij een pup of een oudere hond die herstelt van een shock of verdoving.

Bij onderkoeling reageert het lichaam door het samentrekken van de kleine haarvaten in de huid, waardoor de huid i.p.v. roze wit wordt.

Wat kunt u doen? U kunt eerste hulp toedienen en daarna naar een dierenarts gaan.

Wrijf hem zo snel mogelijk droog/warm met een handdoek of met een kledingstuk van uzelf. Zo stimuleert u de bloedsomloop. Wikkel hem ergens in om hem warm te houden en neem zo snel mogelijk zijn temperatuur op. Is deze lager dan 37ºC, ga dan zo snel mogelijk naar een dierenarts of bel hem.

Is de temperatuur 37 graden, houd uw hond dan warm door hem in een warme deken te wikkelen (warm de deken op door het in de wasdroger te stoppen), hem tegen een kruik aan te leggen (warmwaterkruik of fles met warm water in een handdoek wikkelen) of hem in een warme ruimte te leggen. Leg hem niet bij de verwarming en voer vooral niet te snel of teveel warmte toe. Ook baden in warm water kan helpen, maar wees voorzichtig.

Als de hond weer bij bewustzijn is, geef hem dan iets warms te drinken.

Als de hond zich lijkt te herstellen, neem dan weer de temperatuur op. Voor honden is 38 - 39ºC normaal. Zodra de temperatuur boven 37,8ºC is, haalt u de kruik weg, maar laat u de hond in een warme ruimte. Vermijd oververhitting.

Duurt het herstellen te lang, ga dan binnen 24 uur naar uw dierenarts.

Er wordt wel eens gevraagd of de honden tijdens de winter aangekleed moeten worden. De meeste rassen krijgen in de winter een isolerende vacht, maar rassen als de Boxer, Dobermann en Yorkshire Terriër krijgen die niet. Hun lichaam zou extra beschermd kunnen worden.

In extreme koude omstandigheden kunt u ze een jas of zelfs schoenen aantrekken.

De volgende symptomen kunnen op bevriezing duiden: bleke of rode en gezwollen huid aan de uiteinden van de oren, pijn in de oren, staart of klauwen bij aanraking, de huid blijft koud en verschrompelt.

Wat kunt u doen? U kunt eerste hulp toedienen. Ga binnen 12 uur naar een dierenarts.

Als uw hond werd blootgesteld aan extreme koude, onderzoek dan z'n pootjes, oren en staart op bleke huid en andere symptomen van bevriezing. Masseer de bevroren lichaamsdelen met een warme handdoek. Wrijf of knijp niet te hard, want daardoor kunt u de huid beschadigen.

Warm bevroren lichaamsdelen verder op met lauw water. De huid wordt rood als ze ontdooit. Gebruik geen te warm water, want als bevroren delen te snel worden opgewarmd, kunnen ze pijn doen.

Als de huid donker wordt, breng de hond dan meteen naar de dierenarts of laat hem zo snel mogelijk komen.


Voetzoolverwonding of iets scherps in de poot
Wanneer uw hond moeizaam loopt of veel aan zijn poot of voetkussens likt, zit er misschien een splinter, doorn, glas of ander vreemd voorwerp in zijn voetzool. Dit kunt u voorzichtig met een pincet verwijderen. Desinfecteer daarna de plek met betadine of jodium en doe er een verband om, om likken en dus infectie tegen te gaan.

U kunt de poot een paar dagen baden in lauwwarm water met badedas, soda, fysiologische zoutoplossing of eventueel biotex groen, echter geen zeep. Ook een kamilleaftreksel kan helpen. Hierdoor wordt infectie rondom de wond voorkomen.

Ook kunt u berkenteerolie (afkomstig uit de stam van de berk) gebruiken. Het stinkt behoorlijk, maar bevordert de wondgenezing en is jeukstillend. Daarnaast staat berkenteerolie bekend om zijn verzachtende en verzorgende eigenschappen. Let er wel op, het kan vlekken veroorzaken.

In geval van hevig bloedverlies of een voorwerp dat erg diep in de voetzool zit, is een bezoekje aan uw dierenarts noodzakelijk.

Voor behandeling van de voetkussentjes tijdens de winter (sneeuw) en gebarsten voetzooltjes: klik hier.


Poot tussen de deur
Loopt uw hond gewoon verder nadat hij met zijn poot klem zat tussen de deur, dan hoeft u zich meestal geen zorgen te maken. Maar als uw hond kreupel blijft lopen, kunt u de poot beter even door de dierenarts laten controleren. Zeker bij een jonge hond is er eerder kans op beschadiging.


Verf in de vacht
Is uw hond tegen de pasgeverfde deur gelopen, maak dan de vacht schoon met een klein beetje terpentine. Daarna met een sopje van speciale zeep (Savlon, bij uw dierenarts verkrijgbaar of groene zeep) en spoel het tenslotte goed na met water. Lukt dit niet, dan kunt u eventueel het stukje vacht afknippen of wegscheren.

Voorkom dat er terpentine aan de vacht blijft zitten, daar dit ernstige jeuk en prikkeling van de huid kan veroorzaken. Maak de vacht dus goed schoon!


Hoe geef ik het beste pillen?
Bij sommige honden kost het geen enkele moeite om tabletten in te geven. Maar niet alle honden zijn zo. Het kan een hele worsteling zijn om ervoor te zorgen, dat uw hond een pil inneemt. U denkt, dat hij de pil heeft doorgeslikt, maar u heeft zich nog niet omgedraaid of hij heeft het alweer uitgespuugd.

Hier leest u een aantal tips. Ga na wat bij uw hond werkt en wat u zelf prettig vindt.

Roep uw hond bij u en laat hem voor u gaan zitten. Neem de tablet tussen uw duim en ring- of middelvinger van uw rechterhand.

Met uw linkerhand pakt u z'n snuitje vast en duwt u de kop naar achteren. Open zijn bek. Dit kan heel handig door met uw linkerduim en wijs- of middelvinger achter de hoektanden te drukken. Nu staat de bek open.

Breng uw rechterwijsvinger naar binnen in de bek van de hond en trek de onderkaak naar beneden. Het is handig als de bek openblijft. Het handigheidje hiervoor is om de mondhoeken iets naar binnen te drukken.

Dan kunt u het pilletje zover mogelijk achter op de tong leggen. Let op dat de pil in het midden van de tong terechtkomt, anders is er kans op uitspugen.

Als dit allemaal gelukt is, sluit u de bek en wrijft u over de keel van de hond. Hierdoor slikt hij (u merkt dit vanzelf aan de hond), waardoor u ervan uit kunt gaan, dat het medicijn goed is ingenomen. Laat de bek pas los wanneer u zeker weet, dat het geneesmiddel ingeslikt is.

Doe de pil of capsule door het eten.

Als uw hond echt ziek is en hij weinig of niets eet, is het niet raadzaam om de tabletten door het eten te doen, want zo krijgt hij ze niet of nauwelijks binnen.

Doe het pilletje in een stukje worst, kaas of brood. Of in een brokje of koekje waar een gat in zit. Of smeer het in met leverworst.

Geef uw hond er eerst één zonder het pilletje erin en laat hem dit opeten. Dan één met de pil, en houd de volgende, weer zonder, klaar om te geven. Uw hond wilt dit ook hebben, slikt vlug (en dus is het pilletje opgegeten) en dan als beloning krijgt hij er dan weer een zonder een pil erin. Het is een hele trukendoos, maar het werkt.

Er bestaat ook de EasyPill. Dit is een kneedbaar koekje, waarin je de medicijnen kunt verstoppen.

Als u de tabletten in het vriesvak bewaart, verliezen ze een groot gedeelte van de geur en de smaak.

Pak een lepel en doe er water op. De pil legt u in dit water. Dan alles in één keer leeggooien in de bek van uw hond. Hij moet dan het water doorslikken en dus ook de pil.

Verpulver de pil. Dit kan heel handig tussen 2 lepels. Dan roert u de poeder door iets lekkers, waar uw hond gek op is, bijv. vanillevla of yoghurt.

Blijf er wel bij als u uw hond dit geeft, zodat u zeker weet dat hij de pillen binnenkrijgt en niet een ander huisdier hiervan gaat snoepen.

Pas op met het geven van pijnstillers (zie paracetamol, nerofen of ibuprofen en aspirine).


Medicijn in pastavorm geven
Sommige medicijnen zijn verkrijgbaar in pastavorm, zoals bijv. ontwormingspasta.

U spuit de pasta (niet teveel in een keer) op de tong van uw hond en hij slikt het door. Herhaal dit een paar keer tot hij alles heeft gehad.

Ook kunt u de pasta door het eten mengen.


Ingeven van vloeistoffen
Wanneer u met wijs- of middelvinger van de linkerhand de linkermondhoek (wangzak) opentrekt, ontstaat een trechter, gevormd door boven- en onderlip. Het hoofd van de hond wordt iets achterover gehouden en vooral horizontaal. Met de rechterhand giet u dan van een lepel of uit een kannetje de vloeistof langzaam in de opengehouden wangzak. Pas wanneer de hond geslikt heeft, giet u nieuwe vloeistof bij. Wordt het hoofd te scheef gehouden, dan loopt - als u van de linker wangzak een trechter heeft gemaakt - de vloeistof óf terug óf komt, zonder dat de hond slikt, er aan de rechterkant weer uit.

Soms houdt de hond het slikken tegen en blijft de vloeistof in de wangzaktrechter staan; u wrijft dan met de vlakke hand zacht, zonder te drukken, over de voorzijde van de hals, waardoor een slikbeweging optreedt. Wordt het hoofd te ver achterover gehouden, dan is er kans dat de vloeistof direct in de luchtpijp vloeit, wat tot longontsteking kan leiden. Beginnen de dieren bij het ingeven te hoesten, dan moet u vooral de hals loslaten, zodat de hond zelf zijn hoofd omlaag kan brengen. Daarom is het een verkeerde methode om met beide handen de mond wijd open te sperren en de vloeistof door een helper naar binnen te laten gieten. Het is daarom het meest praktisch om een spuitje te gebruiken.

Bijterige honden doet u een snuitbandje (mondbandje) om, waarbij de lus iets naar voren wordt gelegd, zodat er voldoende ruimte overblijft om een spuitje in de mondhoek te kunnen brengen.


Voorwerpen doorgeslikt (dingen eten)
Merkt u dat uw hond een kraal, knoop, rubberen balletje, steentje of een ander klein voorwerp heeft doorgelikt, houd dan goed in de gaten of het voorwerp binnen twee dagen met de ontlasting meekomt. Overleg bij twijfel met uw dierenarts, zeker ook als uw hond zich duidelijk niet lekker voelt.

Heeft uw hond een groot voorwerp ingeslikt, dan is het van belang dat hij binnen anderhalf uur het voorwerp uitbraakt. U kunt uw hond zelf laten braken door zout achter op de tong te doen. Indien dit niet lukt, kan de dierenarts een injectie geven met een middel dat braken opwekt. Hierbij is het van belang dat u op tijd reageert, want wanneer het voorwerp de maag reeds is gepasseerd, is een operatie niet meer te vermijden. Het voorwerp zal uit de darm verwijderd moeten worden om een darmperforatie te voorkomen.